maandag 27 maart 2017

Bereikbaarheid is voor watjes

Nu het lente is, en de zomertijd weer is ingevoerd steek ik af en toe mijn neus buiten de deur
En gelijk voel ik me een belangrijk man. En ik verbaas me over buitenwereld.
De buitenwereld is verbluffend, intrigerend, levensgevaarlijk en angstaanjagend, met 
verkeersdoden, aanslagen, berovingen en zinloos geweld maar ook prachtig met de schoonheid 
van de stad, de mensen, de flora en fauna.
En ik merk dat ik ouderwets ben, hopeloos ouderwets en dat wou ik graag zou houden.
Dat komt omdat ik nooit aan de ifoon, smartfoon of hoe ze die verslavende apparaten ook 
noemen, ben begonnen.
Ik ben de laatste van een uitstervend ras.
Mij zal je niet starend op een van die moderne telefoons als een zombie mensen omver zien 
lopen of slingerend op de fiets mijn leven riskeren.
Sterker nog, de spaarzame keren dat ik het krot waarin ik eenzaam mijn dagen slijt verlaat 
ben ik helemaal niet bereikbaar.
Bereikbaarheid is voor watjes.
De mobiele telefoon die ik bezit, een model uit de vorige eeuw  waarmee ik alleen gebeld 
kan worden, laat ik thuis.
Verbaasd zie ik de rest van de mensheid overal en altijd maar op hun schermpje kijken.
Verslaafd gemaakt door het grootkapitaal, volledig afhankelijk  van dit ieder levensgeluk 
bedervende technologisch speeltje.
Zie ze lopen.
Strakke gezichten, zenuwachtig, nerveus, gespannen, gestresst.
Een leven zonder hun mobiel kunnen ze zich niet voorstellen.
Ieder moment kan iemand ze proberen te bereiken.
Of is er nieuws op facebook, twitter, instagram, linkedin of hoe ze allemaal heten.   
Altijd bereikbaar. 
Heel belangrijk. 
Doodvermoeiend.
Slaven van de technologie.
Ik ben buitenshuis niet bereikbaar.
Vrijwel nooit.
En dat bevalt me prima.
Ik geniet van de schoonheid van de stad, de geluiden, van de bonte mengeling van inwoners, 
van de bloeiende natuur, de spelende honden, spinnende katten, en zingende vogels en hoop 
dat het iedere dag rokjesdag is.
En ik voel me een heel belangrijk man.
Want belangrijke mensen zijn altijd moeilijk te bereiken.
Dat is les 1 in een belangrijk man zijn
Probeert U Mark Rutte maar eens te bellen, of koning Wim Lex, of de burgemeester of Uw 
favoriete schrijver of bekende Nederlander.
Die zijn te belangrijk om zomaar met iedereen te communiceren.
En zo voel ik mezelf ook zonder ifoon smartfoon of hoe die dingen ook mogen heten.
Want bereikbaarheid is  voor watjes.




zondag 19 maart 2017

Alle goede literatuur gaat over seks.

Binnenkort is het weer Boekenweek, en dan ben ik heel blij dat ik geen schrijver ben.
Dat ik niet dagen, weken, maanden, jaren als een schaduw zie vervliegen terwijl ik achter mijn toetsenbord de ene briljante zin na de andere schrijf om een grensverleggend meesterwerk te scheppen dat onverkoopbaar blijkt en uiteindelijk in de papierversnipperaar eindigt.
Dat ik me niet hoef druk te maken om het thema dat het politbureau van de cpnb, die stalinistische organisatie voor de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek per oekaze heeft opgelegd.
Verboden vruchten is dat thema dit jaar, en dat zal door het gehele schrijversgilde weer worden aangegrepen om besmuikte seksueel getinte dubbelzinnige flauwe grappen te publiceren, trieste en slecht aflopende verhaaltjes over vreemdgaan en seks met mensen van een andere religie, huidskleur, geslacht of seksuele geaardheid.
En niet onlogisch want de enige boeken die nog verkopen zijn boeken over verboden vruchten als seks, vreemdgaan en ontucht. Gevolgd door boeken over lekker koken, zelfhulpboeken en  boeken over voetbal.
Deze trend zal er toe leiden dat er een zelfhulpboek van een bekende (ex-)voetballer verschijnt over combinaties van koken  en seks.
Bij recht-op-en-neer-seks hoort een  echte Hollandse stamppot, terwijl seks op z’n frans  of met de Franse slag zich goed laat combineren met een gerecht als  cocq au vin.
Dat boek zal als warme broodjes over de toonbank gaan bij boekhandels en een hit worden bij de leeskringen van ongelukkige huisvrouwen in de provincie en tevens leiden tot erg veel experimenten zowel in de slaapkamer als in de keuken.
Op het onvermijdelijke boekenbal, waar ik gelukkig nooit voor zal worden uitgenodigd zolang ik blijf weigeren een boek te schrijven, zullen de in de Paradiso aanwezige medewerkers van uitgeverijen en redacteuren een heuse ondeugende avond  beleven, en wederom zullen trachten een iets te dronken schrijver schalks tot een avontuurtje te verleiden en een verboden vrucht te plukken.
Daarmee gaat de literatuur dit jaar terug naar de bron.
Seks.
Alle goede literatuur gaat over seks.
Verlangen.
Geilheid.
Intimiteit.
Schaamteloosheid.
Vunzigheid,
Verdorvenheid.
Porno.
En uiteraard over schuldgevoel, want het blijft tenslotte de Hollandse boekenweek georganiseerd door de zedenmeesters van de Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek met hun calvinistische bagage.
En dan moet ik gelijk denken aan het Boek de Boeken.
De Bijbel.
Wie  verboden vruchten eet, die zal uit het paradijs verwijderd worden staat daarin.
En het is maar dat U dat weet.

maandag 13 maart 2017

Ilja Leonard Pfeijffer en ik in Genua


















Ilja Leonard Pfeijffer is de grootste Nederlandse nog levende schrijver van columns, 
romans, gedichten en nog veel meer.

Dat denk ik althans.
Misschien is er nog een grotere nog levende schrijver, maar die heb ik nog niet ontdekt.
Hij is een literaire reus.
Ik zag zijn rijzige gestalte in de VPRO serie Via Genua en op de cover van zijn boek 
Brieven uit Genua.
Volgens mij is hij wel 2 meter. 

Toevallig was ik afgelopen week in Genua, wat een uitermate aantrekkelijke en vriendelijke 
en heel erg Italiaanse stad bleek.
Volgens Ilja Leonard Pfeijffer vergis ik me, want volgens zijn mening, zo sprak hij voor die 
linkse VPRO, is dit Afrika.
En daaruit blijkt dat zijn veelvuldig, exorbitant en afschrikwekkend drankgebruik, waarover 
hij in brieven uit Genua voortdurend opschept, zijn hersens in lichtelijk verwarring hebben 
gebracht, want hoewel hij zich erop voorstaat gepromoveerd te zijn in de klassieke talen, 
is de fundamentele aardrijkundige kennis dat Genua in de Italiaanse provincie LiguriĆ« ligt 
hem blijkbaar ontschoten.
Misschien heeft hij wel de ziekte genoemd naar de man wiens naam ik altijd vergeet.
En bij die linkse VPRO wisten ze ook blijkbaar niet beter. 

Gezeten op een terras onder een palmboom die ik bereikte door het nemen van een de liften 
die deel uit maken van het openbaar vervoer in Genua las ik brieven uit Genua.
Ilja Leonard Pfeijffer schrijft over zijn leven als  alcoholist, over zijn talloze droeve 
verhoudingen met vrouwen, zijn nachten met Katje Schuurman en Ellen ten Damme op Ibiza, 
zijn lunch  met de koning, zijn bezoek aan prostituees, de sores in de uitgeverswereld, 
de cafes in Amsterdam, dichtersfestivals, nominaties voor belangrijke literaire prijzen, 
zijn talloze kleinere collega’s, het voetbal in ItaliĆ« en de paus.
Bij tijden is het boek hilarisch.
Maar soms is het ook onleesbaar.
Dat boek telt maar liefst 700 pagina’s.
Daar had flink in geschrapt moeten worden.
Een strenge redacteur of een gewiekste uitgever hadden zeker   die overbodige franje  eruit 
gesneden.

Ik besloot  Ilja Leonard Pfeijffer te gaan helpen en te vertellen wat hij beter had kunnen doen.
Volgens Brieven uit Genua zat Ilja Leonard Pfeijffer iedere dag trouw op hetzelfde terras op 
de Piazza del Erbe vanaf klokslag 5 uur aan hetzelfde tafeltje te schrijven.
Dus ik daar welgemoed heen.
Om Ilja Leonard Pfeijffer een paar onmisbare adviezen te  geven.
Geheel gratis en voor niks zou ik de grootste levende schrijver Ilja Leonard Pfeijffer helpen 
zijn literair werk naar een hoger niveau te tillen en nog meer prijzen en onderscheidingen te 
verwerven.
De Nederlandse literatuur zou me dankbaar zijn.
De verkoopcijfers zouden omhoog gestuwd worden en het aantal lezers van dikke boeken 
zou toenemen en niet langer beperkt blijven tot ongelukkige huisvrouwen in de provincie.
Na lang zoeken, verdwalen, en zakkenrollers, junkies, oplichters, straatverkopers en 
prostituees van me afslaan bereikte ik vermoeid en uitgeput het juiste plein, vond het juiste 
terras, het juiste tafeltje, de juiste stoel op de Piazza del Erbe.
Het was klokslag 5 uur.
En wat trof ik daar?
Geen Ilja Leonard Pfeijffer.
In geen velden of wegen te bekennen.
Een gemiste kans voor hem.
Vervuld met medelijden voor Ilja Leonard Pfeijffer ging ik zitten op de juiste stoel op het 
juiste terras op het juiste plein met achter het raam  een foto van  Ilja Leonard Pfeijffer 
en zijn roman La Superba over de stad Genua.
Ik vroeg me vertwijfeld af of de Nederlandse literatuur dit moment  zou overleven.

woensdag 1 maart 2017

Zou er ook een partij zijn die goed weer belooft?

1 maart begint de lente.
Exclusief voor meteorologen dan.
Voor Jan, Piet Gerrit, Helga, Erwin en hoe ze allemaal mogen heten.
Wij gewone stervelingen moeten nog tot 20 maart wachten.
Maar dan mogen we weer de lente vieren.
In het Oosterpark bijvoorbeeld.
Dat park is na de renovatie genomineerd voor het Jaarboek landschapsarchitectuur en 
stedebouw, ook wel bekend als het jaarboek blauwe kamer.
Heel toepasselijk, want bij het minste of geringste spatje regen staat het park blauw.
Naar verluidt zijn de verantwoordelijke bestuurders in het deelraadskantoor juichend in 
polonaise door de gang getrokken toen het nieuws van de nominatie bekend werd.
Ze wilden in het park  graag een feest aanrichten om dit heugelijke feit te vieren, en lekker 
blauw te worden. Helaas hadden ze deze winter zelf een alcoholverbod ingesteld, dus 
jammer  maar helaas. 
Dat alcoholverbod wordt trouwens door de grote groep levenskunstenaars die daar  verzamelt 
om  hun dagelijkse portie alcoholhoudende drank te nuttigen massaal  genegeerd. 
Er is voor de blauwe knoop daar nog veel goed werkte doen. 
Ondertussen is die nominatie natuurlijk geheel terecht.
Dat bleek toen er weer een paar buien gevallen waren.
 Het Oosterpark was veranderd in een prachtig zompig moeras met ondergelopen 
paden en grasvelden en verzuipende bomen.
Het was een schitterend gezicht.
Die transformatie van park tot verstilde lagune, tot wetland met een exotische 
betoverende schoonheid.
Een magisch landschap.
Een aantrekkingskracht die moeilijk in woorden is uit te drukken.
Ongekende landschapsarchitectonische kwaliteiten.
Met verzonken zichtlijnen.
Met geheel nieuwe natuur, recreatiemogelijkheden en voorzieningen.
 Je zou het ook een modderpoel kunnen noemen.
Voor knaagdieren is dit waterrijke Oosterparkpark ideaal. 
Daar is dan ook een enorme toename van .
Sympatieke en onschuldige knagers schieten met twinkelende pretoogjes tussen de 
paden heen en weer. Het betreft hier een mytisch dier, van allochtone afkomst, dat vaak 
ten onrechte gestigmatiseerd en gediscrimineerd wordt, het multiculturele karakter van 
dit park onderstreept en een positieve bijdrage levert aan de beeldvorming van deze 
immigranten.
Slachtoffer van vele vooroordelen, maar dankzij ons visionaire  deelraadsbestuur nu ook 
volledig participant in gebruik van het park.
Ik heb het hier over de rattus norvegicus, ook wel bekend als de bruine rat.
Net als ik wachten deze dieren met smart op het begin van de lente in het Oosterpark.
Dan  zijn we ook eindelijk verlost van al het nepnieuws, alle opgeklopte hysterie 
en alle nonsens rond de verkiezingen waarmee we op dit moment worden doodgegooid.
Ik wordt gek van al dat verkiezingsnieuws. 
Al die kranten. 
Al die online berichten.
Al die tv programma’s.
Al die leugenachtige propaganda.
Al die zelfingenomen mannetjes en vrouwtjes.
Al die beloftes die gebroken gaan worden.
Al die praatjes voor de vaak.
Al die holle verkiezingsretoriek.
Al die zogenaamde opwinding.
Al die kouwe drukte.
Ik heb er genoeg van.
Ga me er helemaal voor afsluiten.
Ga maar eens een paar goede boeken  lezen.
Wachten op goed weer.
Op de lente.
Zou er ook een partij zijn die me goed weer belooft?


dinsdag 28 februari 2017

Ik wordt gek van al dat verkiezingsnieuws

Ik wordt gek van al dat verkiezingsnieuws. 
Al die kranten. 
Al die online berichten.
Al die tv programma’s.
Al die leugenachtige propaganda.
Al die zelfingenomen mannetjes en vrouwtjes.
Al die beloftes die gebroken gaan worden.
Al die praatjes voor de vaak.
Al die holle verkiezingsretoriek.
Al die zogenaamde opwinding.
Al die kouwe drukte.
Ik heb er genoeg van.
Ga me er helemaal voor afsluiten.
Ga maar eens een paar goede boeken  lezen.
Wachten op goed weer.
Op de lente.
Welke partij belooft me een mooie Hollandse lente?
Waarschijnlijk allemaal als ik zeg dat ik op ze stem.


maandag 20 februari 2017

Geert Wilders viert Carnaval.

Ik woon boven de grote rivieren. 
Ten zuiden daarvan begint de Mediterranee.
Dit werd mij ooit uitgelegd door een cultureel antropoloog van het Tropeninstituut die een studie had verricht naar dit gebied.
Ginder spreekt men onverstaanbare dialecten of Nederlands met een zachte G. 
Er is corruptie. 
Decadentie. Flessentrekkerij. Geldverspilling. 
Zinloos geweld. Overspel. Kindermisbruik. Dronkenschap, Verkleedpartijen. 
En uiteraard carnaval. 
Dat is een jaarlijks katholiek feest waar men zich raar verkleed, zichzelf bedrinkt en 
massaal vreemdgaat. 
Dat is hun cultuur en daar moeten we respect voor hebben.
Het land van schuttersverenigingen, varkensfokkerijen, xtc labs, PSV, worstenbroodjes, 
vlaaien, Roy Donders, Frans Bauer en Geert Wilders. 
Geert Wilders die afgelopen weekend Spijkernisse op z’n kop zette door daar zijn 
verkiezingscampagne te beginnen, omringd door breedgeschouderde lijfwachten, angstig kijkende politieagenten en een enorme kudde journalisten, fotografen en 
cameramensen.
Mooi Spijkernisse, romantisch Spijkernisse.
Het was een bizarre carnavalsoptocht daar in Spijkernisse.
En Geert Wilders fungeerde daar als buutreedner. Dat is daar beneden de grote rivieren een 
folkloristisch personage dat komisch bedoelde teksten ten gehore brengt, waarvan iedereen 
weet dat het hier slechts scherts en luim betreft.
Geert herhaalde nogmaals zijn sterkste de lachlust opwekkende teksten.
Ik wordt minister president.
En:
Ik ga het land terug geven aan de mensen.
Iedereen weet dat dit allebei onmogelijk is.
Weinigen lachen erom.
Wie wel ongetwijfeld gelachen heeft om deze bizarre carnavalsvertoning is Martin Bosma, 
de trouwe adjudant van Geert Wilders, in zijn luxe appartement vlakbij het Amsterdamse 
Muiderpoortstation, ver weg van Spijkernisse en veilig boven de grote rivieren.
Met Martin heb ik jaren samengewerkt, en hij vertrouwde me ooit toe dat regeren niks voor 
de PVV is.
Geert en hij krijgen slapeloze nachten als ze terugdenken aan de tijd dat de LPF,na de moord 
op Pim Fortuyn,  in de regering zat.
Dat was we een operette van ongekende proporties.
Dat nooit, hadden Geert en hij afgesproken.
En trouwens, zonder in de regering te zitten is het beleid van de overheid al een enorm 
eind richting PVV opgeschoven. 
Daarvoor hoefden ze helemaal niet mee te besturen.
Lekker klagen, zieken en zeuren in de tweede kamer is goed genoeg voor de PVV.
En Geert Wilders gaat lekker carnaval vieren.




vrijdag 10 februari 2017

De doodsstrijd van het Waterlooplein

Hoewel ik mezelf heb teruggetrokken uit het openbare leven, met niks en niemand bemoei, 
heb afgekeerd van de tot ondergang gedoemde maatschappij waarin we leven en slechts 
met onverholen tegenzin mijn zelfverkozen kluizenaarschap soms voor korte tijd vaarwel 
\moet zeggen om voedsel te kopen en mijn gal te spuien voor de radio  wordt ik nog 
geregeld bezocht door spoken uit het verleden.
Sinds enige tijd bereiken me zodoende berichten van een grensverleggend televisielegende 
van de voormalige piratenzender  RabotnikTV, die tegenwoordig zijn geld verdient als
 marktkoopman op het Waterlooplein.
Via hem kreeg ik een bericht van reclamebureau “Wie A zegt”,
Een lichtelijk verwarrende boodschap, maar waarschijnlijk een vernieuwende vorm van 
publiciteit.
Het betrof een tekening van de Waterloopleinmarkt uit vroeger tijden, voordat die 
oerlelijke Stopera daar werd gebouwd.
Bovenaan stond de boodschap “Leve het plein!” en onderaan stond “Weg met het 
Waterlooplein”.
Er werd een “Amsterdam huilt” tour 2017 aangekondigd. 
In gedachten hoorde ik Zwarte Riek al zingen.
Enige tijd later ontving ik plannen voor een krant, een film, een website, reclame maken , 
buttons  en  wild plakken van posters.
Kortom, terwijl ik veilig in mijn zelfgekozen isolement vegeteerde broedde het verzet op 
snode plannen
De buitenwereld stond wederom in brand, het leek of oude tijden terug waren en dat was 
allemaal aan me voorbij gegaan omdat ik me hulde in volledige afzijdigheid van het 
wereldgebeuren in het algemeen en de ontwikkelingen in Amsterdam in het bijzonder. 
Toevallig viel er in die dagen een promotiekrantje van de gemeente Amsterdam bij mij 
in de bus.
Hoewel ik een sticker heb waarin staat dat ik geen ongevraagd drukwerk wens, een sticker 
die ik ooit heb opgehaald bij de gemeente, maar die blijkbaar niet geld voor ongewenst 
propaganda van de overheid zelf.
In dit orgaan stond de verklaring voor alle onrust in de moderne hocuspocus taal die de 
overheid bij haar communicatie gebruikt..
De gemeente wil de markt op het Waterlooplein veranderen, aanpassen aan het huidige 
tijdsgewricht, upgraden. 
Moeten vast allemaal kraampjes komen met dure producten, hippe hapjes geserveerd door 
jongens met knotjes en baarden en veganiste modeproducten door te dunne, hippe 
jongedames.
De ouderwetse Waterloopleinmarktman, zoals de man via wie ik op deze kwestie werd 
gewezen, kan de tyfus krijgen.
Waren dit tekenen van de doodstrijd van de Waterloopleinmarkt?
Tekenen van  het einde van de ouderwets rommelmarkt en de gezellige half illegale sfeer 
die daar omheen hangt?
Aangeveegd zal het Waterlooplein. Opgeschoond. Alles keurig en netjes binnen de lijntjes. 
Door de gemeente.
Laten even een sprong in de geschiedenis maken.
Een oude geest uit de kast laten komen.
Ooit, eind vorige eeuw,  begon de gemeente Amsterdam naast het Centraal Station de 
IJmarkt, heel legaal, heel keurig, heel hip, heel multicultureel, heel verantwoord en 
heel erg aangeharkt.
Die markt ging binnen de kortste keren failliet en de ondernemers zaten met de 
gebakken peren.
Terwijl ik hier veilig zit met de kachel op maximum, de luiken dicht, de gordijnen toe, de 
deur op het nachtslot, hoop ik dat dat spook uit het verleden het Waterlooplein bespaard blijft.